Naar de hoofdinhoud

Binnen in een atoom

Een atoom heeft een piepkleine, zware kern met daaromheen elektronen die in schillen op verschillende afstanden bewegen. In de kern zitten protonen en neutronen, terwijl de elektronen de schillen van binnen naar buiten vullen.

Op de afbeelding

  1. Kern — de tros bollen in het midden, waarin bijna de hele massa van het atoom op een piepklein plekje zit.
  2. Proton — een karmijnrode bol in de kern, met een positieve lading.
  3. Neutron — een parelgrijze bol in de kern, helemaal zonder lading.
  4. Binnenste schil — de kleine messing ring dicht om de kern, het eerste niveau dat elektronen bezetten.
  5. Elektron — een blauw kraaltje op de buitenste ring, met een negatieve lading.

Voorbeelden

  • Een neonreclame gloeit doordat elektronen in het gas naar een hogere schil springen en licht afgeven als ze terugvallen.
  • Het schokje bij het aanraken van een autoportier komt van elektronen uit de buitenste schil die van het ene oppervlak op het andere zijn gewreven.

Verder in de app

Drie vragen over deze les. De les is uit de vrije week, dus de quiz is voor abonnees.

Minstens één nieuwe geïllustreerde les van maandag tot en met vrijdag voor het schooljaar van je kind, met een quiz en een herinnering om 18:15 uur.

Download de app

Gratis app, abonnement optioneel
App Store Google Play

Scheikunde, 14 jaar