Naar de hoofdinhoud

PISA-2025: 39 procent leest onvoldoende. Wat doe je thuis?

Op 8 september kwamen de PISA-cijfers binnen en stond één getal binnen een dag overal: 39 procent. Ik heb ze gelezen zoals ik dat altijd doe, eerst als ouder en pas daarna als iemand die lesmateriaal maakt. Wat ik eruit haalde was niet dat het onderwijs stuk is, maar dat lezen bij ons thuis meer tijd verdiende dan ik het gaf.

Wat er op 8 september precies is gepubliceerd

Op 8 september 2026 zijn de resultaten van PISA-2025 gepubliceerd. PISA toetst elke drie jaar 15-jarigen in ruim negentig landen; in Nederland maakten ruim 6.600 leerlingen van 177 scholen de digitale toets.

Het cijfer dat blijft hangen: 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen haalt voor leesvaardigheid het tweede vaardigheidsniveau niet. Bij de meting van 2022 was dat een derde. De groep die juist heel goed leest werd kleiner, van 7 naar 4 procent.

Ter vergelijking: in de EU14-landen zit gemiddeld 29 procent onder dat niveau, tegen 24 procent in 2022. Van de 91 deelnemende landen presteerden er 34 beter dan Nederland op leesvaardigheid, en binnen die EU14 scoort alleen Griekenland lager.

Niveau 2 is geen rapportcijfer, het is een drempel op een schaal. Wie eronder blijft, functioneert volgens de onderzoekers waarschijnlijk minder goed op school en in de maatschappij.

Wat ‘onder niveau 2’ wel en niet over een leerling zegt

Dat is de zin die het hardst aankomt, en precies daar moet je even langzaam lezen. Onder niveau 2 zitten betekent niet dat een kind niet kan lezen. Het betekent dat een leerling vastloopt op een tekst waarin het antwoord niet letterlijk staat: informatie halverwege terugvinden, de hoofdgedachte eruit halen, doorhebben dat een schrijver je ergens heen duwt.

Dat is wel wat een leerling in de bovenbouw de hele dag doet, bij aardrijkskunde en biologie net zo goed als bij Nederlands.

Over groepen zegt PISA iets. Leerlingen op het vwo scoren hoger op leesvaardigheid dan 15-jarigen op het vmbo, meisjes scoren hoger dan jongens, en kinderen van ouders met een hbo- of universitaire opleiding hebben vaker een hogere leesvaardigheid, meldde de NOS bij de publicatie. Dat zijn groepsgemiddelden. Ze voorspellen niets over één kind, en ze zijn geen verwijt aan een gezin.

Over jouw kind zegt het dus niets. Ruim 6.600 leerlingen vormen een steekproef die een landelijk beeld oplevert, geen cijfer per leerling en geen ranglijst per school. Voor de vraag hoe jouw kind leest is de docent Nederlands een betere bron dan een internationaal gemiddelde.

Waarom wiskunde en natuurwetenschappen wel gelijk bleven

Het tweede deel van de publicatie kreeg minder aandacht en is net zo interessant. Voor wiskunde en natuurwetenschappen bleven de prestaties van Nederlandse leerlingen gelijk aan 2022. Onder niveau 2 zit voor wiskunde 30 procent en voor natuurwetenschappen 27 procent, en 13 procent van de Nederlandse leerlingen haalt voor wiskunde minimaal het vijfde vaardigheidsniveau.

Dat maakt het verhaal ingewikkelder dan ‘het onderwijs zakt weg’. Als een heel systeem wegzakte, zou je alle drie de domeinen tegelijk zien dalen. Wat daalt is specifiek het omgaan met tekst.

Waardoor, dat zegt dit onderzoek niet. PISA meet wat leerlingen kunnen, niet waarom. Iedereen heeft een verklaring klaar, van schermen tot te weinig kennisopbouw, en de meting kiest er geen.

Eén cijfer uit dezelfde publicatie geef ik zonder conclusie mee: ruim een derde van de Nederlandse 15-jarigen zegt minstens één keer per week AI te gebruiken bij het leren, bijvoorbeeld om vooronderzoek te doen naar een nieuw onderwerp. Dat staat er als een feit over gebruik, niet als een oorzaak. Zo lees ik het ook, en zo zou ik het ook op een ouderavond zeggen.

Wat ik thuis doe: een kwartier lezen en erover doorvragen

Bij ons ligt het kwartier vast: na het eten, voordat de telefoon weer aangaat. Mijn zoon kiest de tekst zelf. Een hoofdstuk, een stuk uit de sportbijlage, de handleiding van iets dat hij wil bouwen. Wat hij kiest doet er minder toe dan dat hij kiest.

De eerste helft is stil lezen. De tweede helft zijn drie vragen, altijd dezelfde:

  • Wat betekent dit woord hier? Niet in het algemeen, hier.
  • Wat wil de schrijver dat je denkt?
  • Wat wist je hier al van voordat je begon?

Die laatste levert het meeste op. Een tekst over waterschappen valt of staat bij wat je al over water en bestuur weet, en dat merk je pas als je ernaar vraagt.

Stichting Lezen zette bij de PISA-publicatie op een rij wat kinderen helpt goede lezers te worden: regelmatig tijd krijgen om te lezen, toegang tot aantrekkelijke en actuele boeken, leesplezier en leesvaardigheid samen ontwikkelen, en lezen koppelen aan kennisopbouw. Geen daarvan vraagt om een methode. Ze vragen om een vast moment.

Op zaterdag komt daar iets bij, met de schriften van de week erbij: mijn weekendroutine om te checken wat er is blijven hangen.

Wat deze cijfers niet meten

PISA meet een smal deel van wat een school doet. Het meet niet of je kind deze maand doorzette op iets moeilijks, niet wat de klas dit jaar heeft gelezen, en niet wat een docent bij een leerling heeft losgemaakt.

Het meet wel iets dat in het nieuws onderbelicht bleef: Nederlandse leerlingen zijn behoorlijk tevreden met hun leven en geven dat gemiddeld een 7,6. Dat maakt de leescijfers niet minder vervelend, maar het hoort erbij als je wilt weten hoe het met 15-jarigen gaat.

Op systeemniveau loopt er iets. Het kabinet kondigde op 15 september aan dat er dit najaar een Versterkingsagenda komt waarin taal prioriteit krijgt, en dat scholen vanaf 2027 structureel geld krijgen voor basisvaardigheden dat ze daaraan moeten besteden. Wat daarvan in de klas van jouw kind terechtkomt, weet vandaag niemand.

Wat je vanavond doet, weet je wel. Een kwartier, een tekst die je kind zelf koos, en drie vragen die laten zien of het is binnengekomen. Dat is minder dan een beleidsagenda, en het is meer dan wachten op de volgende meting.

Veelgestelde vragen

Wat betekent ‘onder vaardigheidsniveau 2’ bij PISA?

Niveau 2 is de drempel die PISA aanhoudt als minimum om met tekst te kunnen functioneren. Leerlingen die eronder blijven, functioneren volgens de onderzoekers waarschijnlijk minder goed op school en in de maatschappij. Het is een maat op een internationale schaal, geen diagnose en geen rapportcijfer.

Doet mijn eigen kind mee aan PISA en krijg ik een uitslag?

In Nederland maakten ruim 6.600 15-jarigen van 177 scholen de digitale toets. Dat is een steekproef die een landelijk beeld moet opleveren. Er komt geen uitslag per leerling en geen ranglijst per school. Voor het niveau van je eigen kind zijn het rapport en de docent de bron.

Zegt PISA iets over de doorstroomtoets of het schooladvies?

Nee. PISA toetst 15-jarigen in het voortgezet onderwijs en vergelijkt landen met elkaar. Het levert geen gegevens over individuele leerlingen en speelt dus geen rol bij de doorstroomtoets aan het einde van de basisschool of bij het schooladvies.

Mijn kind leest niet graag. Waar begin ik?

Niet bij de moeilijkste tekst. Stichting Lezen noemt vier dingen die helpen: regelmatig tijd om te lezen, toegang tot aantrekkelijke en actuele boeken, leesplezier en leesvaardigheid samen ontwikkelen, en lezen verbinden met kennis over de wereld. Laat je kind de tekst kiezen, houd het kort en dagelijks, en praat er daarna twee minuten over.

Bronnen

← Blog