Naar de hoofdinhoud

Op, onder, naast

Kleine woordjes vertellen waar iets is. De beer zit op de stoel. Hij verstopt zich onder de tafel. Hij wacht naast het bed.

Voorbeelden

  • Je bord staat op de tafel en je tas staat naast je stoel.
  • Je bal rolt onder de bank en je zoekt hem.

Verder in de app

Minstens één nieuwe geïllustreerde les van maandag tot en met vrijdag voor het schooljaar van je kind, met een quiz en een herinnering om 18:15 uur.

Download de app

Gratis app, abonnement optioneel
App Store Google Play

Dagelijks leven, 6 jaar