Naar de hoofdinhoud

Het huis blijft, de auto rijdt

Het huis staat altijd op dezelfde plek. Het heeft een dak, een raam en een deur. De auto kan wel bewegen. Hij rijdt weg en komt weer thuis.

Voorbeelden

  • Je school blijft altijd op dezelfde plek staan. Jij gaat ernaartoe.
  • De boom in de tuin beweegt niet. Je fiets rijdt als je trapt.

Verder in de app

Minstens één nieuwe geïllustreerde les van maandag tot en met vrijdag voor het schooljaar van je kind, met een quiz en een herinnering om 18:15 uur.

Download de app

Gratis app, abonnement optioneel
App Store Google Play

Dagelijks leven, 5 jaar