Naar de hoofdinhoud

Warme kleren en dunne kleren

Als het buiten koud is, doen we een dikke jas, een muts en wanten aan. Als het buiten heet is, dragen we een zonnehoed, een dun T-shirt en sandalen.

Voorbeelden

  • Een ochtend met sneeuw: je doet je dikke jas en wollen muts aan voordat je naar buiten gaat.
  • Een zonnige dag op het strand: een strohoed en sandalen houden je koel.

Verder in de app

Minstens één nieuwe geïllustreerde les van maandag tot en met vrijdag voor het schooljaar van je kind, met een quiz en een herinnering om 18:15 uur.

Download de app

Gratis app, abonnement optioneel
App Store Google Play

Dagelijks leven, 4 jaar